Column Peter Verschure: ‘Het baasje heeft een hondenleven’

Foto: Pixabay License/PicsbyFran

In zijn column beschouwt natuurmens Peter Verschure op zijn kenmerkende manier de zaken met een groene bril.

Het baasje heeft een hondenleven
Vrienden voor het leven waren we, dus we deden alles samen. Vooral na schooltijd was het spelen, rennen en ravotten en op avontuur uitgaan. Als het avontuur soms te spannend werd of er sprake was van een bepaalde dreiging, dan kon ik altijd op hem rekenen. Hij was geen echte vechtersbaas maar wel een stoere boxer. Zijn uiterlijk met vierkante kop en platte neus en vooral zijn gespierde lijf stond in schril contrast met zijn zachte karakter. Dik 40 jaar lang waren boxers onze huisgenoten want toen ik  op mijn 18e verjaardag van mijn toenmalige vriendin zo’n prachtige pup cadeau kreeg, is dat voor ons drieën ‘vriendschap voor het leven’ gebleken. Al had zo’n boxer toen geen staart meer om te kwispelen…hij was een blije blijver.

Dat ook door vervelende omstandigheden zulke mooie vriendschappen ontstaan heeft die ellendige corona wel bewezen, Minder menselijke contacten probeerden we met dierbare dieren te compenseren. Er ontstond een run op viervoeters die de prijzen zo opvoerde, dat zelfs de honden er geen brood van lustten. Ze werden, soms letterlijk, in Portugal of Hongarije van de straat geplukt.

Een betere oplossing zou eigenlijk zijn geweest: even googelen, en daarna met de hele familie gaan kijken….ja kijken, dus niet kopen! Maar als je dan met het hele gezin met ieder zo’n schattig beestje op schoot zit…en de hele familie nog harder kwijlt dan het hele nest honden bij elkaar, dan moet je wel een grote hondenkop zijn om niet gelijk je portemonnee te trekken. Daarmee is de financiële pijn echter nog niet klaar want daar blijft het niet bij: denk maar eens aan een hok en bench, vitaminepillen, speeltjes, voer, hondenbelasting…en dan hopen dat de dierenarts ook niet nog een duit in het zakje doet.

De vriendelijke verkoper vertelt er ook nog bij dat je schriftelijk moet verklaren dat je er niet mee mag gaan fokken, en vraagt en passant ook nog naar je woonomgeving, je beroep en je vrije tijd voor de hond. En natuurlijk  de karakters van de gezinsleden, want die moeten bij het beestje passen. Voor veel echtparen zwaardere eisen als die ze bij hun eerste ontmoeting aan elkaar gesteld hadden (vaak half beschonken of in het donker). Dat is voor de fokker echter niet meer dan bijzaak want hij heeft dan allang berekend dat het nestje pups meer  opbrengt dan Frieda 34 zijn beste melkkoe.

De ‘coronahonden’ en hun baasjes hadden het aanvankelijk prima voor elkaar. De eerste weken werd er thuis letterlijk om gevochten wie de lieveling mocht uitlaten. En logisch dat ze allemaal begrepen dat er wel aanpassingen nodig waren voor zo’n jonge pup, maar…na een paar nachten lang blaffen, kreunen en piepen was de familie ’s morgens niet uitgeslapen en met dikke wallen onder de ogen naar school en werk terwijl pupje dan pas lag te ronken. En in de garage slapen was voor de pup ook geen optie want dan kwamen de buren met wallen onder hun ogen klagen.

Opvoeden konden ze zelf wel, want het was met de kinderen ook redelijk gelukt, niet wetende dat een jonge hond van een ander kaliber is. Want dat de tafelpoot onderwerp van z’n bijtgedrag werd en het nieuwe vloerkleed vol gele plekken zat, het bankstel vol haren zat of was het inmiddels de bankvulling die er uit puilde? Niemand wilde de schat kwijt, voor geen goud, al kostte hij dat inmiddels wel.

Er zijn goede, professionele hondenoppassers, maar tijdens vakanties van onze kinderen mogen wij soms als gastouders voor de puberende 45 kg wegende schat optreden. Als hij ons ziet is hij al door het gezellige dolle heen om daarna in volle gang de tuin in te gaan waar hij de beest gaat uithangen. Eerst een rondje over het grasveld – de pollen gras vliegen al door de lucht – zijn tweede rondje vlak langs mijn perkplantjes, en terwijl ik roep dat ie RUSTIG RUSTIG moet zijn, lijkt het dat ie luistert…maar hij bedenkt zich, en bij de derde ronde richting mijn mooie begonia’s roep ik nog BRAAF BRAAF- maar dat heeft helaas niks geholpen want de laaste rionde bleek ook meteen de laatste keer dat ik mijn begonia’s in volle gloeire hegeb gezien. Ook onze vijver is zijn speeltuin, en vooral bommetje maken is zijn favoriet, alleen dat binnenskamers uitschudden….Ik snap nog steeds niet waarom we niet kwaad op hem kunnen worden.

Inmiddels is hij al alleen…het baasje van de ‘coronahond’ dat hem uitlaat, bij weer en wind op een gezellige uitgaansavond, want bij zijn vrouw heeft ie al een schouder losgetrokken, de zoons zijn druk met sporten en met school,  de kleine meid heeft ie al ruggelings door de berm gesleept toen het teefje een aantrekkelijke reu zag lopen aan de overkant… En ik begrijp dat het voor zo’n kind ook niet aantrekkelijk is om met zo’n mooie warme drol in een plastic zakje door vrienden bewonderd te worden. Maar dat moet wel want die boa’s hebben er een neus voor.

Al wordt de hele familie soms hondsdol van het lieve dier, zo’n schat van 1.500 euro ga je natuurlijk niet afblaffen en als hij dan met zijn blije staart alles van de salontafel kwispelt hoor je het baasje nog paniekerig BRAAF BRAAF grommen.

Groeten uit de Greoenstraat

Peter

Reacties

Cookieinstellingen