'Spaanders' is een column waarin Dongenaar Henk Spaan zijn visie geeft op actuele Dongense zaken, de lokale politieke processen en al wat verder afkomt op de bewoners van de gemeente Dongen. Prikkelend en altijd op zoek naar het hoe en waarom van zaken. Henk Spaan (67) heeft 40 jaar overheidservaring, waarvan gedurende meer dan 27 jaar als gemeentesecretaris. Op dit moment houdt hij zich vooral bezig met managementadvisering en coaching.
“Realisme als belangrijkste bouwsteen”. Zo luidt de kop in de informatiekrant van de gemeente Dongen over de programmabegroting 2015. Eigenlijk een rare uitspraak. Er is toch niemand die denkt dat de gemeente bij het opstellen van een begroting van het irreële zou uitgaan?! Het wordt nog erger als vervolgens gesteld wordt dat “De programmabegroting 2015 van de gemeente Dongen meer dan ooit is gebaseerd op realisme.” Hoe zo “meer dan ooit”?? Betekent dit dat er voorheen gedeeltelijk iets uit de duim is gezogen?
Ik denk niet dat dit zo is. Bij het opstellen van een begroting probeer je, vanuit de realiteit van het moment, een zo realistisch mogelijk beeld van het komende financiële jaar en de jaren daarna, te schetsen. Een andere aanpak past ook niet bij goed bestuur. Ik ben er van overtuigd dat het college van B en W van Dongen daar beslist ook naar streeft .
Een uitspraak die ik in het verleden eens hoorde, is: “De werkelijkheid is altijd anders dan de realiteit.” Je bent geneigd om te lachen om zo’n uitspraak. Wat bedoeld wordt, is echter iets waar we allemaal tegenaan lopen. Je kunt plannen wat je wilt en rekening houden met alles dat je weet (de realiteit), maar de kans dat het uiteindelijk anders loopt dan je wilt (de werkelijkheid), is zeer groot. En meestal is het minder dan je verwacht of gepland had.
Met dit verschijnsel kampt dus ook de gemeente Dongen. Daarbij komt in deze tijd nog dat een flink deel van de problemen veroorzaakt is of wordt door factoren van buitenaf: de kredietcrisis, allerlei noodzakelijke bezuinigingen, overgedragen rijkstaken, veranderde of nieuwe wetgeving enz. We moeten ons realiseren dat dit een andere realiteit is dan die van bij voorbeeld 10 jaar geleden. Het proces om tot een begroting te komen is echter niet wezenlijk anders. Toen werd rekening gehouden met de realiteit van dat moment en dat moet nu ook weer gebeuren. Verhullend taalgebruik past daar niet bij.
Dit laatste geldt te meer daar de realiteit voor de inwoners is, dat de gemeentelijke belastingen stijgen, gecombineerd met een verlaging van het niveau van dienstverlening en van de zorgtaak. Onder zorgtaak versta ik dan niet alleen de directe zorg aan inwoners (jongeren, ouderen, hulp in de huishouding , leerlingenvervoer etc.), maar ook zaken als wegenonderhoud, onderhoud riolering, groenvoorziening, huisvuil ophalen of subsidies.
Als je al die zaken in ogenschouw neemt, is duidelijk dat je als gemeente niet kunt spreken over DE realiteit. Een dergelijk begrip hanteren, wekt de suggestie dat je een eenduidige definitie van het begrip kunt geven. Dat is onjuist. Elk onderdeel van de gemeentebegroting heeft als het ware zijn eigen realiteit. Daarvan is de begroting zelf een soort gemiddelde. Dat gemiddelde wordt bepaald door de keuzes die er bestuurlijk worden gemaakt. Over die keuzes kun je discussiëren en dat leidt er weer toe dat ieder vanuit zijn eigen optiek, zijn eigen realiteit creëert.
Op basis van de politiek of bestuurlijk gemaakte keuzes en aan de hand van een aantal bekende of ingeschatte randvoorwaarden, heeft het college zijn realiteit gecreëerd. Ik vind het te ver gaan dit als HET realisme te profileren. Aan dat realisme zit bovendien, zoals ik al aangaf, als keerzijde het realisme waar de inwoners mee geconfronteerd worden. Alle mooie woorden ten spijt, het zal er niet beter op worden.
Hopelijk zal de discussie binnen de gemeenteraad gevoerd worden met dit laatste nadrukkelijk in gedachte. Ook wens ik de raad toe dat de basis van de heel lastige discussie zal zijn het luisteren naar elkaars argumenten en het uitwisselen en afwegen daarvan om tot standpunten te komen. Ik vrees echter dat dit nog weleens heel lastig kan worden omdat er al wel flink wat politieke en bestuurlijke standpunten over diverse onderdelen zullen zijn ingenomen. Met vergeet hopelijk niet dat het uitwisselen van standpunten iets heel anders is dat het wezenlijk discussiëren over argumenten die tot standpunten leiden. Dat laatste wens ik college en gemeenteraad van harte toe.