Spaanders over Jeroen Bosch

01 mrt 2016, 17:59Nieuws
jeroen
‘Spaanders’ is een column waarin Dongenaar Henk Spaan zijn visie geeft op actuele Dongense zaken, de lokale politieke processen en al wat verder afkomt op de bewoners van de gemeente Dongen. Prikkelend en altijd op zoek naar het hoe en waarom van zaken. Henk Spaan (68) heeft 40 jaar overheidservaring, waarvan gedurende meer dan 27 jaar als gemeentesecretaris. Op dit moment houdt hij zich vooral bezig met managementadvisering en coaching.
Onlangs bezochten mijn vrouw en ik de tentoonstelling in Den Bosch met werken van Jeroen Bosch. In één woord: Imponerend. Zijn vakmanschap, zijn kleurgebruik en zijn enorme beeldend vermogen zijn overweldigend. Van de andere kant is zijn werk ook heel vaak bijna angstaanjagend. Ik behoor tot de gelukkigen die in 1967 de eerste overzichtstentoonstelling ook hebben bezocht. Ik was toen 19 en de fascinatie voor het werk van Jeroen Bosch dat ik toen kreeg, is nooit minder geworden en heeft door de huidige tentoonstelling weer een “boost” gekregen.
In de middeleeuwen konden maar heel weinig mensen lezen of schrijven. Daarom moesten beelden gebruikt worden om duidelijk te maken hoe ernstig het met je zou aflopen na je dood, als je in je leven gekozen had voor het kwaad. In veel werken zie je dan ook verbeeldingen van de 7 hoofdzonden gekoppeld aan verbeeldingen van de hel. Duidelijk is dat dit een plek is waar je niet terecht wilt komen.
We leven nu 500 jaar later; Jeroen Bosch overleed in 1516. Er is veel veranderd zal iedereen zeggen. De twee tijdperken zijn niet met elkaar te vergelijken. Op het vlak van heel veel ontwikkelingen zoals techniek, maatschappij en cultuur, is dat ook zonder meer zo. Toch zijn er nog heel veel parallellen tussen toen en nu te trekken.
Zaken als gierigheid, wellust, afgunst en dergelijke bij voorbeeld zijn in de afgelopen 500 jaar zeker niet minder geworden. Meer nog dan toen het geval was, draait het in ons tijdperk om eigen belang en het principe van ieder voor zich. Zeker op Europese en mondiale schaal geldt dat “mijn gelijk” altijd beter is dan “jouw gelijk”. Het zoeken naar het gezamenlijke “gelijk” is nauwelijks nog aan de orde. Praktisch gezien kiezen we heel vaak voor polarisatie in plaats van samenwerken aan oplossingen. Kijk naar alle oorlogen die er op dit moment zijn, de aanslagen die regelmatig plaatsvinden, de armoede in grote delen van de wereld en de hongersnoden enz. Dat alles is veel angstaanjagender dan Jeroen Bosch ooit kon vermoeden of verbeelden.
René Diekstra schreef een heel mooie column in De Stem van dinsdag 1 maart. Zijn slotconclusie was dat hij eigenlijk niet meer naar het journaal wil kijken omdat je daarin, dag in dag uit, alleen maar met ellende wordt geconfronteerd. Je kunt dat “je kop in het zand stoppen” noemen, maar het gevoel zal bij velen van ons bekend zijn. Ik zelf betrap me er ook regelmatig op dat ik maar niet naar het journaal kijk en allerlei actualiteitenprogramma’s links laat liggen.
Nou is het beeld dat ik hiervoor beschreef er niet een dat ver van ons dagelijkse bestaan afstaat; in tegendeel. Zelfs op lokale schaal zie je de symptomen: de onvrede in wijken in gemeenten, de problemen onderling tussen buren en zelfs het voetbalgeweld enzovoort zijn er voorbeelden van. De hardheid en ongenuanceerdheid waarmee mensen elkaar tegemoet treden zijn vreselijk om te zien.
Het besef dat het anders moet, is er wel, maar sneeuwt onder, onder het geweld en de agressie. En dat is een zwarte conclusie. Het heeft misschien met mijn leeftijd te maken, maar ik maak me grote zorgen. Daarbij gaat het me niet eens om mijn persoonlijke belang, maar je kijkt naar je kinderen en vooral naar je kleinkinderen. In wat voor wereld groeien die op? Als we niet oppassen wordt harteloosheid de norm. Je hoeft op de social media maar een gerucht over iemand te verspreiden en zelfs als het onwaar is, is het binnen de kortste keren viraal en besteden kranten, radio en TV er aandacht aan. Als dan later blijkt dat het gerucht inderdaad onwaar is, hoor je daar niets meer over of het wordt afgedaan met een klein berichtje. Het negatieve beeld is echter wel gevormd en dat is bijna niet meer uit de hoofden van mensen te krijgen. Zo is en wordt er heel veel kapot gemaakt.
Tsjonge, jonge, wat een negatief verhaal. Ik ken mezelf nauwelijks. Ik ben van aard een rasoptimist en toch kan ik hetgeen ik hierboven beschreef moeilijk van me afzetten. Zijn er dan geen positieve punten te noemen? Natuurlijk wel! Zaken die we moeten koesteren en die wellicht de basis kunnen zijn om zaken in de toekomst ten goede te keren.
Zo ben ik vaak geraakt door mensen die mantelzorger zijn. Mensen die ouders, familie, vrienden of zomaar mensen in hun omgeving helpen om zich in de maatschappij staande te houden. Dat is het tegenovergestelde van harteloosheid; dat is naastenliefde. Trots kunnen we ook zijn op de vele organisaties die draaien op vrijwilligers en die vooral jongeren leren om met elkaar samen te werken, respect voor elkaar te hebben en de ander ruimte te geven. Denk ook aan de scholen vanaf kinderopvang tot en met universiteiten waar men probeert jonge mensen normen en waarden bij te brengen en ze het besef te geven dat we alleen met elkaar de goede dingen tot stand kunnen brengen en de maatschappij in positieve zin kunnen ontwikkelen.
In dit proces hebben onze overheden een belangrijke rol. Overheden moeten op de eerste plaats een voorbeeld geven. Daarnaast moeten ze positieve ontwikkelingen stimuleren en faciliteren. Daar hoort ook geld bij: uiteraard. Maar misschien is de voorbeeldwerking wel het allerbelangrijkst. Op bestuurlijk niveau zou het besef op dit punt zich meer en meer moeten ontwikkelen. Ook op dit niveau geldt het besef dat we alleen als er samengewerkt wordt, het goede kunnen bereiken.
Terug naar Jeroen Bosch. Stel hij zou in deze tijd geleefd hebben. Ik denk dat zelfs zijn creatieve geest niet in staat zou zijn geweest de ellende op de wereld te verbeelden. Misschien zou hij zich juist daarom wel vooral op het positieve hebben gericht. Want ondanks alles en al het nare dat hij verbeeldt, is er ergens in zijn schilderijen altijd de optie om voor het goede te kiezen en alsnog zaken ten goede te keren. Het zou geweldig zijn als wij daar in onze maatschappij ook meer naar zouden zoeken. Niet meer “ik” boven “ons”; niet meer “mijn belang” boven “ons belang” en niet meer “ieder voor zich”maar “wij werken samen”.
Het moest er bij deze oude man even uit. Gelukkig komt de lente eraan.
loading

Loading articles...

Loading