‘Spaanders’ is een column waarin Dongenaar Henk Spaan zijn visie geeft op actuele Dongense zaken, de lokale politieke processen en al wat verder afkomt op de bewoners van de gemeente Dongen. Prikkelend en altijd op zoek naar het hoe en waarom van zaken. Henk Spaan (67) heeft 40 jaar overheidservaring, waarvan gedurende meer dan 27 jaar als gemeentesecretaris. Op dit moment houdt hij zich vooral bezig met managementadvisering en coaching.
In deze column ‘Spaanders’ gaat Henk Spaan met een carnavalesk tintje in op het overbrengen van een 'boodschap'. Hij stelt daarbij sauwelaars als voorbeeld. Zij vertellen immers het verhaal dat past bij hun insteek en doen dat consistent en met groot enthousiasme. Dat zou, volgens Henk Spaan, ook het uitgangspunt moeten zijn bij 'het verhaal' van lokale politici. Verder vindt u onderaan deze column nog een smakelijke verrassing.
Wortelen zijn goed voor je ogen
Vertel het juiste verhaal en met enthousiasme
Als deze blog wordt gepubliceerd, staat het Carnaval in Dongen op het punt van beginnen: een groot feest. Het officiële begin van de carnavalsperiode is uiteraard de elfde-van-de-elfde. Vanaf die datum vinden er in de aanloop naar het eigenlijke carnavalsfeest allerlei festiviteiten en evenementen plaats. Een van de belangrijkste daarbij is, zoals we allemaal weten, de “Sauwelavond”. Een aantal Dongenaren stapt “in de ton” en geeft commentaar op de situatie in de gemeente en op de actualiteit in zijn algemeen. Dit jaar was de beste sauwelaar ons aller Bart van Kerkhof.
Sauwelaars vertellen een verhaal. Ieder doet dat op zijn eigen manier en heeft zijn eigen onderwerpen of stokpaardjes en zijn eigen aanpak. Ze vertellen het verhaal dat past bij hun insteek en doen dat consistent en met groot enthousiasme.
Tegenwoordig is een verhaal vertellen een trend. “Story telling” heet het dan. Je ziet het in allerlei organisaties; met name bij organisatieveranderingen. Aan de hand van een verhaal probeert men mensen duidelijk te maken hoe goed het is en hoeveel beter het wordt, als de beoogde veranderingen worden doorgevoerd. Met zo’n aanpak is, als zodanig, natuurlijk niks mis. Er zijn echter wel een paar belangrijke voorwaarden waaraan voldaan moet worden om succesvol te zijn. Het zijn punten waarvan ik denk dat het heel goed is als raadsleden, colleges van B. en W. en andere personen in de publieke dienst er kennis van nemen en er hun voordeel mee doen.
Het juiste verhaal.
Als sauwelaar vertel je eigenlijk altijd het juiste verhaal. Je kiest een rol en van daaruit bouw je het verhaal op. Het resultaat dat een sauwelaar nastreeft is dat de mensen lachen. Eigenlijk moet je bij een gemeente, welke rol je ook hebt, dezelfde benadering kiezen. Het gaat er in de politiek immers ook om dat mensen gelukkiger worden van de besluiten en de uitvoering daarvan. Het verhaal dat je vertelt, komt dus voort uit de rol die je hebt en beoogt het bereiken van een doel: het tot stand komen van een besluit waardoor er iets verandert. Vergis je er niet in, maar mensen prikken heel snel door een verhaal dat niet consistent is en teveel open einden laat. Eigenlijk sta je dan meteen al op achterstand. Nog erger wordt het als blijkt dat je, in de ogen van de belanghebbende inwoners, je verhaal niet waar maakt of waar kunt maken. ,
Als je “story telling” wilt gebruiken, moet je ervoor zorgen dat je een consistent verhaal hebt, dat echt aansluit bij het beoogde doel. Hou het kort en ter zake. Maak het persoonlijk, maar niet te persoonlijk. En, maak het niet te ingewikkeld. Zorg dat de zaken die je in het verhaal aan de orde stelt, herkenbaar zijn en vooral voor jou ook haalbaar. De grote valkuil is dat je, omdat je zelf weet wat je wilt – daar ga ik wat onze Dongense politici en bestuurders betreft, gemakshalve maar vanuit – je zelf in je eigen verhaal verstrikt raakt. Probeer het daarom altijd op te bouwen vanuit het perspectief van de ander. Dat is op de eerste plaats de inwoner, maar het kan ook gaan om je mede raadsleden of bestuurders.
Enthousiasme
Als je een goede sauwelaar meemaakt, dan zie je dat hij of zij misschien zelf wel het meeste van zijn verhaal geniet. Dat op zich werkt al aanstekelijk. Een dergelijk soort bevlogenheid heb je ook nodig als je aan inwoners (maar ook aan medewerkers) een verhaal vertelt. De inhoud kan nog zo goed zijn, maar als je als verteller ongeïnspireerd je verhaal doet of op monotone en te zakelijke wijze, verlies je snel de aandacht. Dat maakt je verhaal voor de toehoorders ook aanzienlijk minder geloofwaardig. Je straalt immers zelf geen geloof in je verhaal uit. Dat kun je oefenen waarbij het op de eerste plaats nodig is dat je, je het verhaal echt eigen maakt. Het is JOUW verhaal. Raadsleden en collegeleden zijn, zo voelen ze het althans, vaak genoodzaakt andermans verhaal te vertellen. Het beste voorbeeld ervan is een raadslid, dat het fractiestandpunt moet verwoorden zonder daar in voldoende mate achter te staan. Heus dat komt voor!! Het is vaak moordend voor het overbrengen van de boodschap. Doe als de sauwelaars: maak een consistent verhaal, zorg dat het pakkend is en vertel het boeiend en met enthousiasme.
In Dongen is het traditie met carnaval om wortelstamppot te eten. Op z’n Dongens: “Peejestaamp”. Lekker en het geeft een goede ondergrond voor een leuk carnaval. En omdat wortels goed zijn voor je ogen, zie je het dan nog helderder ook. Daar kun je als raadslid, collegelid of leidinggevende dus alleen maar je voordeel mee doen. Hieronder mijn recept voor dit heerlijke gerecht.
Wortelstamp
Ingrediënten:
1 kg geschilde, kruimig kokende aardappelen
650 gr schoongemaakte wortel in kleine blokje of grof geschaafd
350 gr ui, in niet te kleine stukjes
Melk
Boter
200 gr Spekblokjes
Peper en Zout
(Eventueel mosterd of geraspte belegen kaas.)
Bereiding:
Kook de aardappelen goed gaar. Giet af en laat even droog koken. Kook de wortelen samen met de uien in een bodempje water. Terwijl aardappelen en wortels koken, bak je de spekjes op niet te hoog vuur uit. Als de wortelen en uien gaar zijn, afgieten in een vergiet. Terug in de pan doen en goed droog laten worden. Dit kan het beste op zacht vuur. Zorg ervoor dat de boel niet aanbrandt.
Doe de wortelen en uien bij de aardappelen. Voeg een scheutje melk toe en een klont boter. Stamp het geheel tot een mooie, vooral niet te natte massa. Als het nodig is, kun je een scheutje melk extra toevoegen. Roer de spekjes (eventueel samen met het spekvet) erdoor en breng op smaak met peper en zout. Let er bij dat laatste op dat gerookt spek van zichzelf al zout is.
Voor extra smaak kun je een eetlepel mosterd door de stamppot roeren of 100 gr. belegen geraspte kaas. Dat is eigen keuze. Ook zonder deze toevoegingen is de stamppot heerlijk. Het lekkerst is om de stamppot een dag van te voren klaar te maken en deze vervolgens in de oven op te warmen. ± 45 Minuten op 170° moet genoeg zijn. In de magnetron kan ook.
Ik eet er zelf altijd een lekkere rookworst bij. Traditioneel wordt de stamppot echter gegeten met klapstuk. Dat is gesudderd rundvlees. Een lekkere gehaktbal of karbonade erbij, is ook heerlijk. Vergeet vooral niet een “kuiltje jus”. Dat maakt het af en echt Hollands.