‘Spaanders’ is een column waarin Dongenaar Henk Spaan zijn visie geeft op actuele Dongense zaken, de lokale politieke processen en al wat verder afkomt op de bewoners van de gemeente Dongen. Prikkelend en altijd op zoek naar het hoe en waarom van zaken. Henk Spaan (68) heeft 40 jaar overheidservaring, waarvan gedurende meer dan 27 jaar als gemeentesecretaris. Op dit moment houdt hij zich vooral bezig met managementadvisering en coaching.
Toekomstvisie Gemeente Dongen
Begin februari 2016 werd de Toekomstvisie Gemeente Dongen tot 2025 vastgesteld. Op zich is het een heel goede zaak dat een dergelijk stuk er ligt. Als het goed is, vormt het een leidraad voor de toekomstige ontwikkelingen op allerlei gebieden en geeft het grofmazig de kaders aan waarbinnen die ontwikkelingen gestalte gegeven moeten worden.
In de vorige alinea gebruikte ik met opzet de term “grofmazig”. Je kunt namelijk niet van een dergelijk stuk verwachten dat het tot op detailniveau alles regelt of bepaalt voor de komende jaren. In deze buitengewoon roerige wereld weet je gewoon heel vaak niet wat er de komende tijd, zelfs soms morgen gaat gebeuren. Allerlei maatschappelijke ontwikkelingen die er zijn en vele die we nu nog niet kunnen overzien, hebben hoe dan ook effecten op zaken op lokaal gebied. Dat maakt besturen er bepaald niet makkelijker op.
Bij het opstellen van een toekomstvisie kun je met dit soort ontwikkelingen eigenlijk nauwelijks of niet rekening houden. Wel moet je je realiseren dat de bedoelde ontwikkelingen, plannen die je hebt op aan het ontwikkelen bent, enorm in de war kunnen sturen.
Dat wat betreft een aantal opmerkingen vooraf. Die nemen echter niet weg dat het goed is dat de gemeente een toekomstvisie ontwikkeld heeft. De toekomstvisie schetst een soort stip aan de horizon waar we als gemeente naar toe gaan. Om dat wat meer te concretiseren heeft de gemeente een vijftal pijlers benoemd die richting zullen geven aan het maken van plannen in de toekomst.
De eerste pijler is “Dongen Leeft”.
Daarin wordt de ontwikkeling van Dongen behandeld op het gebied van onder meer de woningbouw. Er is tot 2025 ruimte voor het bouwen van ongeveer 900 woningen. Dat is ook wel nodig. Ik denk zelfs dat het gerelateerd aan de werkelijke vraag zelfs aan de lage kant is.
Waar men wel rekening mee moet houden, is dat er ook nadrukkelijk voor bepaalde doelgroepen die het vaak financieel moeilijk hebben, gebouwd gaat worden. Ik denk dan aan groepen als jongeren, die momenteel lastig aan woonruimte kunnen komen, of ouderen die graag zouden willen verhuizen naar kleinere en/of aan te passen woningen . Denk ook aan gescheiden mensen, aan statushouders en mensen met een laag inkomen of een bijstandsuitkering.
Terecht wordt door de gemeente dan ook opgemerkt dat er een gedifferentieerd programma moet komen. Dat is, hoewel dus terecht, ook een heel grote uitdaging. Samenwerking met Casade en met marktpartijen is noodzakelijk. Die partijen hebben echter ook hun belangen, die niet altijd meteen stroken met de belangen van een gemeente en de taken die een gemeente heeft. Bij dit alles moeten we ons wel goed realiseren dat het op jaarbasis niet om heel grote aantallen gaat. Feitelijk worden er gemiddeld slechts zo’n 90 tot 100 woningen per jaar gebouwd. Het zal de kunst zijn om binnen dit soort aantallen tot een goede verdeling naar de diverse doelgroepen te komen.
In de pijler “Dongen leeft” wordt ook aandacht besteed aan het verenigingsleven. In eerdere columns heb ik al aangegeven hoe belangrijk dit is voor de Dongense samenleving. Gelukkig zijn er nog steeds veel verenigingen die voor de nodige samenhang zorgen. Daarbij moeten we eerlijk zijn: dit gebeurt voor het grootste deel zonder ondersteuning door de gemeente
Ondanks het nog florerende verenigingsleven hoor je ook regelmatig van verenigingen die het moeilijk hebben: financieel, ledental, betrokkenheid van leden bij de vereniging etc. Natuurlijk liggen de verantwoordelijkheden op deze vlakken op de eerste plaats bij de verenigingen zelf. De gemeente heeft voor veel zaken ook geen subsidiegelden meer. Ze kan slechts faciliteiten leveren. Eerlijk gezegd denk ik dat verenigingen zich daar niet al teveel bij moeten voorstellen.
Als een zeer belangrijke vorm van faciliteren ziet de gemeente het scheppen van een klimaat “ met zo weinig mogelijk regelgeving en administratieve lasten voor verenigingen, stichtingen en organisatoren van evenementen”.
Dat klinkt goed, maar betekent praktisch gezien niet al teveel. Voor zover ik het overzien kan, zijn er op dit punt momenteel bij verenigingen ook weinig echte problemen. Een probleem is soms wel dat voor bepaalde leveringen en diensten door de gemeente betaald moet (gaan) worden.
Nauw gerelateerd aan de verenigingen zijn de Voorzieningen in Dongen: sportaccommodaties en sociaal culturele voorzieningen. De gemeente heeft de ambitie het niveau op dit punt hoog te houden. Daaraan wordt echter een dreigende zin gekoppeld: “Het kan in de toekomst een uitdaging worden om voorzieningen betaalbaar en van goede kwaliteit te houden.”
. Ik zie dat binnen enkele jaren al realiteit worden bij het nog te bouwen MFA.
Mijn grote vrees, misschien zelfs wel mijn verwachting is daarom dat het geen uitdaging zal blijken te zijn, maar een harde realiteit. Dat zal het er voor verenigingen bepaald niet makkelijker op maken.
In volgende columns zal ik de andere pijlers ook nog van enig commentaar voorzien.