Mijmeringen: 'Abstractie vermogen'

apr 07 , 11:23 Nieuws
240406mijmering
'Mijmeringen' is een wekelijkse column van Dongenaar Rinus Krijnen
Abstractie vermogen
Onze wereld wordt hoe langer hoe abstracter. De belangrijkste hulpmiddelen van de moderne mens zouden door iemand die 100 jaar geleden leefde niet als zodanig zijn herkend. Ik heb het over zaken als Internet, TV, smartphone, laptop en navigatiesysteem. Buiten internet dat zich in de virtuele wereld bevindt, zijn alle genoemde apparaten uiterlijk nietszeggend als je ze objectief bekijkt.Het zijn meestal rechthoekige apparaten met een glasplaat, waarbij uitsluitend de laptop nog enigszins verraadt waarvoor het kan dienen vanwege het toetsenbord. En eigenlijk is een toetsenbord ook weer een abstract hulpmiddel, want als je niet opgegroeid bent met typemachines zegt het ook niet zoveel.
Zelfs al gaan we 50 jaar terug dan was de wereld nog lang niet zo abstract. In mijn puberperiode was de geroemde serie Catweazle op TV. Deze Engelse serie maakte grote indruk op mij en was bijzonder grappig. Het ging over een tovenaar die door een magische vergissing 900 jaar naar eind jaren 60 van de vorige eeuw was geteleporteerd. De tovenaar werd geconfronteerd met de moderne tijd. Hij dacht dat van alles tovenarij was. Zo’n confrontatie met bijvoorbeeld de ‘telling bone’ (telefoon) werd bezegeld met de toverspreuk ‘Salmay Dalmay Adonay’. Gedurende de serie werd het gebruik van moderne zaken zoals elektrisch licht en de telefoon door hem wel meer geaccepteerd, maar het bleef tovenarij. Maar wel leuk hoe zo’n man uit de middeleeuwen omging met de moderne tijd, en toen waren de apparaten nog nauwelijks abstract.
Het succes van de moderne abstracte hulpmiddelen is de multifunctionaliteit van deze dingen. Kijk je naar apparaten van pakweg 100 jaar geleden of langer dan was het vooral redelijk ondubbelzinnig waarvoor ze dienden. Met een hamer kun je niet veel meer doen dan slaan en zelfs de eerste elektrische huishoudelijke apparaten waren direct afgeleid van hun niet-elektrische voorgangers. Neem verlichting of een strijkijzer. De bediening van apparaten was allemaal eenduidig: een knop had maar één functie. Met het lichtknopje ging het licht aan en met de knop warmer werd het strijkijzer heter. Hoe ingewikkelder het apparaat hoe meer knopjes er waren om het te bedienen.
Ook toen ging het sommige mensen al boven de pet: al die knopjes. In de praktijk gebruikte men uitsluitend de knoppen voor de meest voorkomende functies. Van de rest afblijven, anders ging het mis. Gedrag om knopjes te bedienen is in de regel gelukkig goed aan te leren en blijft ook wel hangen als men het veel doet. Veel ging er niet mis als men de goede knopjes maar in de juiste volgorde gebruikte. Mijn moeder was geen held met knopjes. Op een gegeven moment had ze twee afstandsbedieningen om de TV te bedienen: één om de TV aan te zetten en één om de zenders te wisselen. Als ze per ongeluk een ander knopje had geraakt of verwisseld dan ging de TV niet aan of kon ze geen zenderkeuze maken. Dan kon ik van Dongen op en neer naar Oosterhout voor een handeling van 2 seconden. Op een gegeven moment was ik het zo beu dat ik met mijn moeder een nieuwe TV ben gaan uitzoeken waarbij de bediening was gecombineerd. Het probleem was opgelost.
Wat als mijn moeder een laptop of smartphone had moeten bedienen? Dat zou echt niets worden. Het is ze bespaard gebleven. Anders zou ik dagelijks moeten pendelen. Ondertussen wordt de wereld hoe langer hoe digitaler en verstoppen we functionaliteit achter glazen schermpjes in plaats van het bedienen met eenduidige knoppen. Voor vooral de jongere generaties is dit meestal geen probleem. Ze zijn zowat vanuit de wieg al geconfronteerd met tablets en smartphones en het gebruik van touchschermen is net zo vanzelfsprekend als de knopjes die de bejaarden gebruikten.
Toch is er een verschil. Ben je eenmaal gewend aan het werken met schermen, dan wordt jouw gebruik ook complexer. De hardware bepaalt in de meeste gevallen niet wat je met het apparaat wil of kan, maar de software, de apps zoals we ze nu noemen. Persoonlijk kun je deze software plaatsen of kopen, waarmee jouw tablet of smartphone iets persoonlijks wordt. En afhankelijk van je adoptievermogen van de techniek wordt het apparaat onmisbaar, maar blijft abstract. Pakt iemand anders zijn smartphone of tablet, dan zie je hierop een wereld die vaak totaal anders is. Prima, ieder zijn eigen ding. Maar dan plots krijg je een herseninfarct of je geheugen wordt geleidelijk gewist door ouderdomsziektes. Ineens zie je de smartphone of tablet weer als een metalen doosje met een glazen plaat en vervaagt de functionaliteit waarvoor je het apparaat ook alweer gebruikte. En daagt het nog een beetje: wat was ook alweer het wachtwoord?
De industrie dendert voort. Door de abstractie van de schermapparaten kunnen de meest complexe systemen zonder technische ingrepen worden aangepast. Dat maakt het maakproces goedkoper en beperkt ook het aantal onderdelen. Met een nieuwe update ben je weer bij en de fabriek kan de concurrentie bijbenen of voorblijven. Zo hoeft je elektrische auto nauwelijks meer naar een garage en worden jouw communicatiemiddelen op afstand beveiligd tegen indringers. Het is super abstract, want je ziet niets of niemand en met een melding zegt het apparaat dat je ‘bij’ bent. Het apparaat wel, maar jij zelf? Geen idee wat het apparaat heeft gedaan. Op vertrouwen ga je ervan uit dat het allemaal goed is. Bovendien is het voor bijna niemand te snappen wat er achter de schermen allemaal gebeurt.
Maar snap je het gebruik niet meer, dan ben je hoe langer hoe meer van derden afhankelijk. Huidige digitale dienstverlening inruilen tegen ouderwetse hand- en mens gedreven processen is vaak onmogelijk of onbetaalbaar en daardoor niet voor iedereen bereikbaar. Op een gegeven moment komen we bijna allemaal in de situatie dat we alles niet meer zo goed kunnen volgen. Dat kan weleens een heel vervelend laatste akkoord worden.