Column Peter Verschure: ‘Unne stroper is ok mar unne gewone mees’

Foto: Pixabay License/ krzysztofniewolny

In zijn column beschouwt natuurmens Peter Verschure op zijn kenmerkende manier de zaken met een groene bril.

Unne stroper is ok mar unne gewone mees

Dagelijks fietste ik als 14-jarige via de bossen naar de tuinbouwschool. Soms kon ik dan de verleiding niet weerstaan om mijn fiest met boekentas in de struiken te verstoppen en naar iets spannends op zoek te gaan. Daarbij moest ik er dan wel voor zorgen dat ze thuis en op school mijn smoes geloofden en dat ik niet door de boswachter betrapt werd want die was in die tijd behoorlijk hardhandig.

Tijdens zo’n natuuravontuur ontdekte ik een bonte vogel zo groot als een duif, met drie kobaltblauwe veertjes in zijn kleurrijke verenpak: een Vlaamse Gaai. Hij zat te badderen in een waterplas en plotseling sprong hij op en had hij een wesp in zijn snavel. Hij veegde daarop de wesp met zijn achterwerk over een tak  zodat zijn angel afbrak en hij vloog  daarna een met klimop begroeide boom in. Zijn nest zat 5 tot 6 meter hoog en toen ik erbij klom zag ik een stevig, ondiep nest met een doorsnee zo groot als een asbak. De buitenkant was gevlochten -niet gestapeld en dus stevig – terwijl de binnenkant gevoerd was met wortelvezels en haren en was afgestreken met klei. Ze hadden er samen zo’n 12 dagen aan gewerkt.

In het nest lagen 6 geelgroen, met bruine stippels getekende eieren, die na 19 broeddagen tot volle wasdom zouden komen, als ze de 14-jarige indringer op afstand zouden kunnen houden. Met enorme kreten vlogen de beide ouders van tak naar tak en namen ze een platte, dreigende houding aan. De veren op hun kop stonden rechtop en met de vleugels breedgespreid en opengesperde snavels schreeuwden ze het hele bos bij elkaar. Ik werd er even stil van, toen ik hoorde “wat mot dat daar?”. Onder de boom zag ik een groende jas met rubberen laarzen eronder. Het was Stille Willie, bijna 2 meter groot. Gelukkig niet de boswachter, maar wel even beroemd… Willie was een jager, niet met geweer, maar met een fretje.

“Ik doe hetzelfde als jij, gewoon een beetje stropen ” verweerde ik me, terwijl ik naar beneden klom, met 3 eieren in mijn hand, waarvan er één langs mijn broek aan het druipen was. “Het zijn toch schadelijke vogels, ze eten andere vogeltjes op en krijsen en gaan tekeer”  zei ik, terwijl ik de eierresten van mijn broek veegde. Stille Willie had een andere uitleg: “ze eten alleen eitjes en jonge vogeltjes om hun eigen jongen van voldoende eiwitten te voorzien. En schreeuwen doe ze alleen om indringers te verjagen en daarmee waarschuwen ze ook de andere dieren in het bos voor onraad.”

“Hij kan ook mooi zingen en goed andere vogels imiteren, zoals een bosuil en kraaiachtigen, en tijdens de paartijd kan hij mooier zingen als jij. En ze zijn ook intelligent, en dat zal jij nooit worden als je doorgaat met spijbelen” bromde hij, terwijl hij demonstratief mijn schooltas omhoog hield. “Breng die twee eieren dus maar weer snel naar boven in het nest voordat ze afkoelen” gebood hij me. “Trouwens, dat doe ik zelf wel, anders zijn die twee ook nog stuk” en snel en handig klom hij met dat grote lijf boven in de boom.

Zoveel natuurliefde had ik van Willie de Stroper nooit verwacht. Hij veretelde ook nog dat de broekhannik – dus Vlaamse Gaai – vijf tot zes eikels in zijn krop kon meenemen, die als wintervoorraad in de grond verstopte en daardoor ook weer een nieuw eikenbos aan het planten was. Hij vertelde dat hij ook wormen en muizen, vruchten, zaden en rupsen eet. Wat wist hij veel van die gaai…hij wist zelfs zijn Latijnse naam: Garrulus Glandarus, en dat ze vijf tot 6 jaar oud worden en na één jaar geslachtsrijp zijn, in mei /juni één leg per jaar hebben en dat de jongen na 21 tot 23 dagen al vliegensvlug zijn en na 8 weken zelfstandig.

“Dus nooit meer in de verleiding komen om eieren te stropen” bromde hij me toe. “Maar dan moet jij nook geen konijnen met je fretje stropen” zeik ik en hij keek me lang aan en zei: “jij bent wel vaker hier in de bossen aan het spijbelen heb ik gezien. Als je wilt gaan we over veertien dagen hier kijken of ze al uitgevlogen zijn”

Zo leerde ik van hem steeds meer en meer over de natuur…en ook het spijbelen werd er bepaald niet minder door.

Groeten uit de Groenstraat

Peter

Reacties

Cookieinstellingen