Opinie: ‘De vierde wethouder: luxe of noodzaak?’

Foto:

Dongen krijgt vier wethouders: twee van het CDA en twee van de Volkspartij Dongen. Dat is de uitkomst van de onderhandelingen tussen deze twee partijen, die de komende vier jaar samen een coalitie gaan vormen.

In de raadsvergadering van donderdag 19 mei worden Kees de Jong, Annemarie van Eenennaam, René Jansen en Denise Kunst officieel benoemd. Maar dat zal zeker niet zonder slag of stoot gaan. Want de keuze voor vier wethouders is bij de oppositiepartijen( VVD, D66 en Ouderenpartij) bepaald niet met applaus ontvangen. En het argument dat extra uitbreiding zorgt voor meer bestuurskracht zal de oppositie niet zomaar voor zoete koek slikken. CDA en Volkspartij Dongen zullen flink aan de tand gevoeld worden over de keuze voor vier wethouders.

Door: Bernadette Klerx

Maar waar komt die vierde wethouder eigenlijk vandaan? Het is het resultaat van de puzzel die gelegd is na de uitslag van de verkiezingen. Met resp. 7 en 6 zetels hebben Volkspartij Dongen en CDA een comfortabele meerderheid. Populair gezegd: ze hebben dus geen andere partij nodig om goedkeuring te krijgen voor hun plannen en ambities, zoals in voorgaande periodes wel het geval was. En daar doet zich al het eerste dilemma voor.

D66 staat met lege handen
Want als je puur cijfermatig naar de uitslag kijkt, had ook D66 een plekje aan de collegetafel verdiend. De partij stormde vier jaar geleden met maar liefst 3 zetels de raad in en won er dit jaar één bij. Alle reden dus om deze winst te ‘verzilveren’. Niet voor niets was D66-fractievoorzitter Marieke Schouten diep teleurgesteld dat haar partij niet gevraagd was aan de onderhandelingstafel. ‘Het lijkt erop dat we alleen vanwege het getal buiten de boot zijn gehouden’, merkte ze op. En dat klopt ook. Want als D66 mee zou gaan besturen, blijft er maar een heel magere oppositie over van 4 zetels( 2 van de VVD en 2 van de Ouderenpartij) en dat is democratisch gezien niet wenselijk: er is dan geen sterk tegengeluid. Het lijkt er dus op dat D66 ‘het slachtoffer’ is geworden van het succes van CDA en Volkspartij Dongen.

Evenwicht
Het lijkt er ook op dat de vierde wethouder in beeld is gekomen juist vanwege deze uitslag. Want als twee partijen van min of meer gelijke grootte ( 7 en 6 zetels) samen gaan besturen, kan het niet zo zijn dat de ene partij twee wethouders levert en de ander maar één. Dat zou afbreuk doen aan het bestuurlijk evenwicht.

Blijven nog twee opties over:
Allebei twee wethouders leveren of allebei één wethouder leveren en kiezen voor een derde wethouder van buitenaf die, los van zijn of haar politieke kleur, het programma van CDA en Volkspartij Dongen uitvoert. Datzelfde gebeurde in de periode 2010-2014 toen René Roovers als wethouder opstapte en onze huidige burgemeester voor hem als wethouder in de plaats kwam.

Maar voor die optie, een derde wethouder van buitenaf, is niet gekozen. In plaats daarvan rechtvaardigt de coalitie de uitbreiding met het argument ‘dat er steeds meer werk op het bordje van de gemeente komt en dat de maatschappelijke opgaven verder worden verzwaard. Een extra wethouder geeft de mogelijkheid tot meer diepgang in de dosssiers.’
Of die extra mankracht ook echt die meerwaarde gaat bieden die CDA en VPD denken, zal pas over een tijdje duidelijk worden.

Gaat de kost voor de baat uit?
En dan is er ook nog een ander gevoelig punt: het geld. Want ook al gaat het hier om een parttime uitbreiding (24 uur per week), het geeft toch extra salarislasten. En ook al staat dat geld al gereserveerd in de begroting , het komt in tijden waarin je van inwoners steeds opnieuw financiële offers vraagt, niet echt lekker over. De oppositie zal dat aspect zeker meenemen bij de komende discussies in de raad. Maar vaak gaat de kost voor de baat uit en kan extra bestuurskracht uiteindelijk toch voordeel opleveren in plaats van dat het alleen maar geld kost. De tijd zal het leren. Met Denise Kunst en Annemarie van Eenennaam krijgen we in ieder geval twee wethouders die goed ingevoerd zijn in (lastige) dossiers en van de hoed en de rand weten. Beide dames zijn bovendien gewend te acteren in een politieke omgeving en hebben vanuit hun rol als raadslid en fractievoorzitter bewezen over goede debatvaardigheden te beschikken.

 

 

 

 

 

Reacties

Cookieinstellingen