Column Peter Verschure: “Mijn ideaalbeeld ging in rook op”

Foto:

In zijn column beschouwt natuurmens Peter Verschure op zijn kenmerkende manier de zaken met een groene bril.

Mijn ideaalbeeld ging in rook op

Ik zie hem nog staan; groot, sterk en met zijn gebruinde kop door het buitenwerk. In zijn mond, stevig tussen zijn tanden geklemd, altijd de die kromme pijp, waaruit hij steevast de rook naar binnen zoog en dan met horten en stoten naar buiten proestte. Als klein manneke wilde ik er ook zo stoer uitzien als hij…zoals mijn vader daar stond tussen zijn struiken en bloemen. Vooral met zo’n stoere pijp tussen mijn kaken en tussen het groen leek mij  een ‘ideaal’ toekomstbeeld.

Hij had als fanatiek roker meerdere exemplaren in zijn pijpenrek verzameld en het viel niet op als ik er daar stiekem een van leende…want je kan er maar niet vroeg genoeg mee beginnen…dacht ik… Ook zijn verhalen over roken tijdens de oorlog vond ik prachtig. Bij gebrek aan tabak (en waarschijnlijk ook geld) stopte hij kaf in zijn pijp en ging hij zelf tabaksplanten kweken en drogen om de kleine ‘schoorsteen’ aan het roken te houden. Nier verwonderlijk dus dat ik al snel tussen mijn begonia’s en petunia’s ook een aantal tabaksplantjes aan het kweken was.

Toen ik 16 werd en op mijn verjaardag mijn eerste pakje Caballero sigaretten, samen met mijn eerste (legale) biertje, in ontvangst mocht nemen hoorde ik ‘erbij’. De combinatie van volop sigaretten en mij eerste biertjes op mijn verjaardag hadden al snale resultaat.. Ze kwamen er dezelfde verjaardag, samen met veel ongemak en zeer luidruchtig, weer uit. Zo werd je strontziek, maar wel een kerel op zo’n dag.

Mijn vader kreeg rond die tijd te horen dat hij zijn pijp ‘aan Maarten’ moest gevebn, anders zou hij zelf de pijp uitgaan volgenms de dokter. Op zijn 99ste verjaardag  hebben we hem er aan herinnerd, dat ik toen zijn pijpen in ontvangst mocht nemen – niet wegdoen want het waren dure krengen geweest.

In de tijd dat ik studeerde, was het niet bijzonder dat je een pijp rookte, dat hoorde bij het imago van een student. Maar toen ik later in militaire dienst moest, was daar een ‘sjekkie’ populairder dan met zo’n pijpekop in je kop lopen, en als ze je betrapten  met roken op je strozak rookte je daarna ‘een zware pijp’ achter de wacht.

Het was ook voor een jonge bloemist niet altijd rozengeuren … want die pijpengeur wekte ook in de omgeving wel irritatie op. Op familie avonden stonden er keurig glazen vol  met sigaren en sigaretten op tafel, en de combinatie van drank- en rooklucht zorgde volgens de aanwezigen voor de perfecte sfeer. Dat anderen het Spaans benauwd kregen en hoestend en proesten buiten probeerden weer op adem te komen, kon de feestvreugde niet drukken. Maar ik als pijproker kon dat volgens  mijn dierbare familie wél, Zo konden ze de volgende dag  nog duidelijk zien waar ik had gezeten, zwarte roetvlekken op het Perzisch tapijtje en deuken in de asbak, door het uitkloppen van mijn oververhitte pijp. Ja… sommige familieleden konden de feestvreugde achteraf behoorlijk bederven…

Maar het roken werd er niet populairder op, toen bleek dat je met zwarte longen waarschijnlijk geen 99 jaar zou worden zoals mijn vader. Ook onze klanten te woord staan met een pijp in de mond kon niet meer, dus…dan ging de hete pijp vliegensvlug in de zak van mijn keurige colbertjasje, tot op een ongelukkig moment een klant opmerkte: “het ruikt hier meer naar brand dan naar bloemen.”

Bij het tweede colbertje heeft mijn vrouw even uitgebreid uitgelegd hoe duur zo’n jasje wel niet was. We hebben ze nooit aan de verzekering durven opgeven, maar wel een keer toen ik mijn pijp in de schuur uitgeklopt had en dacht dat ie uit was. Het gezegde ‘waar rook is, is ook vuur’ was toen wel duidelijk van toepassing. Mijn vrouw en ik hebben samen héél accuraat gehandeld en met de slang van de beregeningsinstallatie de schade beperkt proberen te houden. Maar volgens de verzekeringsagent was de aangerichte waterschade aanzienlijk groter dan de brandschade.

Mijn ideaalbeeld van gelukzalige pijproker liep voorgoed een deuk op toen onze kleinzoon op een ongelukkig moment van mijn knie afsprong en met een grote wolk rook uit zijn mondje en neus tegelijk, met zijn armpjes in de lucht, krijsend, proestend en hoestend met zijn knalrode kopje, op zijn geschrokken moeder afrende. Ik werd door de hele familie de rest van die dag behoorlijk genegeerd…

Dat was zo’n 20 jaar geleden weer een duidelijk teken dat ook ik mijn pijp maar aan Maarten moest geven en ik heb hem toen, net zoals mijn vader zaliger, aan mijn zoon gegeven, met de opmerking: “al rook je zelf niet, je mag hem niet wegdoen, want pijpen zijn dure krengen.”

Groeten uit de Groenstraat

Peter

Reacties