Raad vraagt extra aandacht voor Carnaval voor jongeren

Foto: CC0/Creative Commons

Dongense jongeren en dan met name de 16- /17- jarigen mogen niet buiten de boot vallen bij de viering van Carnaval. Dat dreigt nu wel een beetje te gebeuren als gevolg van de alcoholwetgeving NIX 18.

VVD-raadslid Henny Vlasveld en raadslid Colinda Blous van de Volkspartij Dongen spraken hier tijdens de raadsvergadering hun zorgen over uit.  ‘Er zijn weinig activiteiten voor deze groep en in de horeca worden ze moeilijk toegelaten. Misschien kunnen we in de toekomst wat voor deze groep doen in de Cammeleur. We mogen hen vooral niet uit het oog verliezen’, zo waarschuwde Vlasveld.

En dat was Colinda Blous helemaal met hem eens. Ook zij had geconstateerd dat deze leeftijdsgroep er bekaaid af komt. ‘In De Poort is wel het Carnaval van de Gentlemen of Dongen voor deze leeftijdsgroep. Maar de jeugd van 16/17 jaar voelt zich misschien toch wat minder thuis tussen de brugklassers en onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hoe gaan we ervoor zorgen dat ook zij een fijne carnaval hebben en niet op straat gaan hangen’, zo wilde het raadslid weten.

Burgemeester Marina Starmans kon de raadsleden alleen maar gelijk geven.  ‘Ik onderschrijf het probleem. Het is met name de groep van 16/17 jaar, die een beetje tussen de wal en het schip valt. Handhaving van de alcoholwetgeving vraagt veel controle van de horeca, daardoor krijg je de tendens dat de horeca daar niet meer op in wenst te gaan en dat geeft een spanning. Die spanning hebben wij ook geconstateerd. Voor nu heb ik de voorzitter van horeca Dongen gevraagd welke horecagelegenheden wel of niet iets doen voor de de jongeren en op welke manier dan. Dat kan bijvoorbeeld met of zonder begeleiding. Ik heb me ook voorgenomen dat we nu al voor de carnaval van 2019 zo snel mogelijk het gesprek aangaan met Horeca Dongen en de Stichting Donckhuys om te kijken welke stappen we kunnen zetten met betrekking tot de gebouwen die we zelf hebben. Zodat we oog blijven houden voor deze belangrijke doelgroep’.

Door: Bernadette Klerx

Reacties