Hart van Brabant heeft 17.300 extra woningen nodig tot 2022

In de regio Hart van Brabant, waartoe ook de gemeente Dongen behoort, zijn tot en met 2022 circa 17.300 woningen extra nodig. De provincie en gemeenten in de regio Hart van Brabant hebben hierover woningbouw-afspraken gemaakt in het Regionaal Ruimtelijk Overleg. De extra woningbehoefte komt niet door de bevolkingsgroei, maar door de dalende gemiddelde woningbezetting: de trend dat mensen vaker en langer alleen of met tweeën in een woning wonen. 

Het invullen van de woningbehoefte zal een hele opgave worden. Door de financieel-economische crisis en de verminderde investeringsmogelijkheden voor woningcorporaties is het aantal nieuwe initiatieven voor woningbouwprojecten in de regio verder afgenomen. Structurele veranderingen zorgen voor een heroriëntatie van de woonconsument en een andere kwalitatieve vraag naar woningen, zoals meer huur en goedkoper segment. Het is aan de gemeenten om samen met ontwikkelaars, corporaties en de woonconsument zelf hun nieuwbouwprogramma zo goed mogelijk te laten aansluiten op de actuele woningbehoefte vanuit de markt.
Kwalitatief onderzoek
Naast een jaarlijkse actualisatie van de woningbouwprogrammering gaat de regio in 2014 aan de slag met een kwalitatief regionaal woningbehoefteonderzoek. Ook wordt een aantal regionale woonthema’s opgepakt, waaronder wonen met zorg en welzijn, huisvesting arbeidsmigranten en verduurzaming bestaande woningvoorraad. Deze acties vormen samen de Regionale Agenda Wonen van regio en provincie.
Woningbouwafspraken
Jaarlijks maken de acht gemeenten in de regio Hart van Brabant (Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk) met de provincie in het Regionaal Ruimtelijk Overleg afspraken over de woningbouwopgave. Vanuit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente bepaald hoeveel woningen in de komende tien jaar nodig zijn om te voorzien in de woningbehoefte, als aanvulling op de bestaande woningvoorraad. De gemeenten kunnen hiermee hun woningbouwplannen voor de komende jaren voorbereiden.
Foto: Jan Stads / Pix4Profs