Ontwikkeling Olympia’60 centraal voor trainer Arne Koeman

Foto:

Tien jaar na dato schuift Arne Koeman weer aan om zijn woordje te doen over het nieuwe seizoen. Koeman is terug op het oude nest Olympia’60. De club waar hij zijn trainerscarrière begon. De club waar hij aantal jaren lekker en succesvol gewerkt heeft. Aan de vooravond van de competitie tijd voor een paar vragen aan de in Tilburg woonachtige oefenmeester.

Is de club veranderd?
Ogenschijnlijk niet. Toen ik hier weer voor de eerste keer aan kwam, stond Cees Severijns alweer als eerste klaar. En uiteraard kom ik nu veel andere jongens tegen waar ik mee gewerkt heb. Veel verandering merk ik nu nog niet. 
Waarom de keuze voor Olympia’60, vorig jaar kwakkelend in de vierde klasse?
De jongens die mij gevraagd hebben, hadden de perfecte timing. Ik had besloten een jaar niets te doen. Toen Koen (Severijns, red.) mij belde, begon het meteen weer te kriebelen. Bovendien hadden ze een goed verhaal. Ik merkte dat er door een grote groep personen de schouders onder werd gezet om Olympia’60 qua voetbal te verbeteren. Over het algemeen allemaal gasten die kende uit de vorige periode. Dus daar had ik wel vertrouwen in. Als zij dat zeggen, komt het goed. Niveau vind ik minder belangrijk. Maar je moet wel altijd verbeteren. Samen werken aan een team. Steeds beter worden. Door ontwikkelen. Daar haal ik veel voldoening uit. En dan stijgt het niveau vanzelf. 
olympia20142015

Wat vind je van de spelersgroep? 
Gelukkig is er veel extra kwaliteit bij gekomen. Zowel op het gebied van voetbal maar ook qua mentaliteit. Jongens die ervoor willen gaan en veel ambitie hebben. Mooi om Tom Janssen en Justin Bomisa erbij te hebben. Die kende ik nog uit de vorige periode. Het is een groep met veel potentie. Maar er zal nog erg hard gewerkt moeten worden om tot een kwalitatief goed team te komen. De oefenwedstrijden gingen verrassend goed, De bekerwedstrijden, die ik ook als oefenwedstrijden beschouw, leverden toch wel twee zeperds op. Op zich vind ik dat niet erg. Het besef dat we er nog lang niet zijn en dat er nog veel getraind moet worden, is hier alleen maar mee gegroeid. En dan blijft het de vraag hoe spelers zich gaan ontwikkelen. Een al jaren “meevoetballende” speler op een hoger niveau is niet direct een kartrekker. Dat moet groeien. En dan nog is het de vraag of dat er uit kan komen. De kwaliteit komt er pas uit als de puzzelstukjes goed in elkaar vallen. Daar moeten we hard aan werken.
En het jong talent uit eigen jeugd? 
Ik ben zeer gecharmeerd van Bas Leemans. Een snelle, beweeglijke speler. Hij komt nu nog wat kracht tekort. Maar Bas wordt op termijn een belangrijke speler voor Olympia! Ik vergelijk het met het onderwijs waar ik in werk. Als jonge spelers open staan voor verbetering en ambitie tonen, kunnen ze zich prima ontwikkelen. Investeren in jezelf en dus in het team. 
Ken je de tegenstanders in de competitie en wat is je doelstelling?
Pfff, geen idee eigenlijk. Volgens mij wordt de krachtsverhouding pas na een paar wedstrijden duidelijk. Ik weet niet waar de tegenstanders staan. En de ontwikkeling van Olympia moeten we ook afwachten. Nogmaals, als de ambitie er is, groeit het team, groeit de kwaliteit. Dan kunnen we ook een rol van betekenis gaan spelen. Sportman Arne moet er vandoor en geeft nog een eigen vervolg aan de training door op zijn fiets stappen en met gezwinde snelheid terug naar Tilburg te rijden.