Column: ‘Lief en leed’

Foto: Pix4Profs/Jules Calis

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Lief en leed
Lizzy komt voetje voor voetje de trap af. In haar armen Elmo. De rode kermisknuffel die alweer een jaar of twee haar bedgenoot is, blijkt een ongelukje gehad te hebben. Liever gezegd: Lizzy is al springend op bed bovenop Elmo gesprongen. Een gebroken oog tot gevolg. Nou is enige scheelheid de gemiddelde kermisknuffel niet vreemd maar een stervormig gat in de oogbol, zo erg was het nog niet. ,,Jammer”, zegt ik. ,,Niks aan te doen.” Elmo had goddank geen godsvermogen gekost en het bed ligt nog steeds vol met knuffels. ,,Die kunnen we niet meer maken. Voortaan beter oppassen”, voeg ik er nog semi-pedagogisch aan toe. Lizzy vraagt of ze de kleurtjes mag hebben en gaat tekenen. Ik ga er vanuit dat het verhaal hiermee uit is.

Een kleine 20 minuten later komt ze een tekening brengen. Ik ben inmiddels goed bekend met haar werk en zie in één oogopslag dat ze hier duidelijk haar best op gedaan heeft. ,,Voor Elmo”, klinkt het met een in-en-in verdrietige piep in haar stem. In een flits zie ik voor me hoe vaak ik Elmo naast het kussen, of anders toch in elk geval bovenaan in bed, zag liggen. Ik heb me duidelijk vergist in de plaats die de Sesamstraat-pop in nam. Met propjes papier en sporttape plak ik Elmo’s oog. Na de verzekering dat Elmo alles weer prima kan zien en geen oogpijn meer heeft, lijkt het leed geleden.

Illustraties: Pix4Profs/Jules Calis

Later die middag telefoon. M’n moeder. Ziekenhuisnieuws van iemand die ik al heel mijn leven ken. Iemand die na mijn ouders en grootouder een van de eerste zal zijn geweest die me heeft opgepakt. Iemand die me in de decennia daarna vaker opgepakt heeft als het even tegenzat. Geen gebroken oog, en geen corona ook. ‘Gewoon’ kanker. IJskoud en onverbiddelijk. Lizzy ziet na het telefoontje mijn tranen en vraagt wat er is. Ik realiseer me dat er nog zoveel zal komen waar ze nu nog geen weet van heeft. Dat niet alles in het leven te plakken is met een stukje tape. Ik pak haar even op en knuffel haar zo hard ik kan.

Naschrift:
Dat is nu een paar weken geleden. Het leven is mooi en wordt gekleurd door de mensen die we leren kennen. De laatste tijd heb ik geregeld een kaarsje gebrand. Sinds begin dit weekend aan een stuk door. Gisteravond blies ik deze voor het slapen gaan voor het laatst uit. Bedroefd maar dankbaar, is dan volgens mij de officiële tekst. ,,Bedankt’, prevel ik voor me uit.

 

Reacties