Peter Nuijten: ‘Kunst op grote hoogte’

Foto:

Cambreurdocent beeldende vorming Peter Nuijten is vooral bekend van de dolfijnen die uit het gras opduiken, de bolide van Max Verstappen en natuurlijk ridder Willem te paard. Allemaal bijzondere projecten die telkens weer opzien baren. In zijn vrije tijd is Peter een begenadigd kunstschilder met een bijzondere werkplaats.

Het atelier van Peter Nuijten ligt verborgen in de torenkamers van de voormalige Heilig Hart kerk in Oosterhout. De klim naar boven is een tocht die niet voor iedereen geschikt is. Eerst een normale brede trap, dan een smallere en vervolgens een nauw, steil en smal trapje naar boven waarna je door een vloerluik in het atelier belandt. Je waant je meteen in een andere wereld. Een mooie rozet met daarvoor de schildersezel, zorgt voor daglicht. Aan de muren trofeeën van geschoten dieren, zwaarden, klokken en magere Hein inclusief zeis. Op planken opgezette roofvogels onder een stolp, in een kastje menselijke schedels. Een engel uit een barokke kerk in Duitsland bungelt boven mijn hoofd. Eigenlijk is dit atelier de door vele mannen gedroomde mancave waar je door niemand gestoord je ding kunt doen.

Hoe ben je hier terechtgekomen?
“Ik zit hier sinds 1990. De kerk was gesloopt maar de toren bleef staan. Toen heb ik aan het bestuur gevraagd of ik de torenkamers als aterlier mocht gebruiken. Het bestuur wist niet eens van het bestaan van deze kamers. De kamers zaten vol duiven, dode duiven en duivenstront. Ik dacht dit is het. Maar het bestuur wilde niet. Ze zeiden: “Met een kunstenaar weet je niet wat je in huis haalt.” Even later kreeg ik een opdracht om etsen te maken van de kerktoren en ik heb er toen ook een paar naar het bestuur gestuurd. Ze zijn toen komen praten en ik kreeg een contract voor een jaar, maar ik moest wel zelf alles schoonmaken en opknappen. Het bestuur heeft toen na een jaar besloten dat ik een huurcontract kreeg voor onbepaalde tijd.”

Wanneer ben je begonnen met schilderen?
“Ik ben rond mijn tiende begonnen met tekenen gemotiveerd door mijn grootvader Kees Vissers.” Zijn door Peter gemaakte buste staat prominent in het atelier. “Hij was graficus en vond dat ik talent had. Het precies natekenen had ik op de lagere school al onder de knie. Zo maakte ik toen al karikaturen van mijn docenten. Daarna ben ik gaan etsen, houtsneden en lino snijden, de lat werd steeds hoger gelegd. Tenslotte kreeg ik van mijn grootvader mijn eerste schilderssetje en zo is het begonnen.”

Heb je daarna een opleiding gevolgd om je nog meer te bekwamen in de schilderkunst?
“Ik ben een autodidact, maar heb ook de faculteit der kunsten gedaan, toen nog onderdeel van de Katholieke Universiteit Tilburg. Je had dan ook meteen je eerstegraads lesbevoegdheid. Vijf jaar fietste ik heen en neer tussen Oosterhout en Tilburg weer of geen weer, een mooie tijd. Ik was vooral geïnspireerd door Carel Willink, het magisch of fotorealisme. Dat botste met de docenten op de faculteit die vooral bezig waren met abstracte kunst waartussen ik me een beetje verloren voelde. Tijdens mijn studie verdiepte ik me ook in heraldiek en barokke lijsten in de vorm van een heraldiek schild met daarin tekeningen en schilderijen. Ik kreeg op de faculteit een zesje voor tekenen maar was met mijn lijsten wel de enige student die door galeriehouders werd uitgenodigd om te komen exposeren. Dat was toch een mooie genoegdoening.”

Wat voor schilderijen maak je?
“Tijdens mijn studie heb ik Henri Bol leren kennen, een schilder van met name stillevens. Ik dacht dat wil ik ook worden. Ik was klaar met het worstelen in de abstracte wereld, ik wilde realistisch fijnschilder worden en Henri Bol werd mijn vriend. We hadden samen grote plannen, maar helaas werd hij ziek en overleed niet veel later. Schilderen is voor mij in de eerste plaats rust in mezelf en dat creëren wat ik voor ogen heb. Ik ben helemaal vergroeid met het stilleven en probeer als schilder de werkelijkheid te overstijgen. Gemiddeld ben ik 80 tot 100 uur bezig met een schilderij, dat komt omdat ik met lagen werk, ik schilder laag over laag om het diepe realistische effect te krijgen. Ik ben graag lang met een schilderij bezig. Daarom is het ook moeilijk om er daarna afstand van te doen. Maar na een tijdje ga ik toch weer exposeren en worden een aantal werken verkocht. Ik werk ook in opdracht, maar dan zijn het vaak realistische portretten.”

Geef je ook les in het maken van realistische schilderijen?
“Ik geef al zo’n dertig jaar elke dinsdagavond les aan tien cursisten. Ik gebruik hierbij de klassieke methode en mijn leerlingen zijn daar erg enthousiast over. Ze blijven elke dinsdag dan ook lang hangen. Als ik zou willen zou ik elke avond een klasje met cursisten kunnen vullen maar dat is misschien iets voor later.”

Wat zou je graag nog maken?
“In het museum Oud Oosterhout in Oosterhout hangt een groot schilderij van ridder Willem van Duvenvoorde te paard dat ik heb gemaakt. Het liefst zou ik nog ooit een mooi portret van deze Willem maken. Het probleem is echter dat er geen afbeeldingen zijn van deze man. Hoe hij er uit moet hebben gezien had ik uit het boek ‘Schaduw van de avond’ van Eva Bentis. Hierin beschrijft zijn achterkleindochter het gelaat van haar ver familielid. Zo ben ik Willem gaan schilderen en toen het klaar was heb ik de schrijfster gebeld. Die kwam meteen en ze vond dat hij sprekend leek op een kennis van haar, een Franse graaf.”

Zie je het schilderen als een hobby of als werk?
“Schilderen is voor mij werk, maar wel met het plezier van een hobby.”

Reacties