Nationale Ombudsman tikt gemeente Dongen op de vingers

De Nationale Ombudsman vindt dat het College van B & W onvoldoende transparant heeft gehandeld in de kwestie rondom de verhuur van een stukje gemeentegrond in 

De heer en mevrouw Roovers dienden de klacht in mei 2012 in.  Roovers, bewoner van de Minister Loeffstraat vond dat er verschil gebruikt werd tussen hem als ‘gewone’ inwoner van Dongen en zijn bijna buurman wethouder Evegaars. Volgens Roovers werd Evegaars bevoordeeld doordat die een stukje grond achter zijn huis kon huren van de gemeente terwijl Roovers zelf een lap grond moest kopen. De grond kwam vrij  na de sloop in 2007 van een woning aan de Goselinglaan vanwege de aanleg van de Jan Mertenslaan.
 
Volgens de gemeente is de grond toen meteen aangeboden aan de toenmalige bewoner van het pand, waar nu Evegaars woont. De bewoner wilde het niet kopen en het stuk grond werd niet gebruikt. Ook Evegaars wilde later niet tot aankoop van de grond overgaan. Genoeg reden, aldus de burgemeester om “het gebruik nader juridisch vorm te geven en wel in de vorm van verhuur.” Volgens Roovers is dat niet juist: “er wordt met twee maten gemeten.” De argumentatie van de door burgemeester Simone Dirven ondertekende uitspraak rammelt volgens Roovers aan alle kanten: “er staan pertinente onwaarheden in. Zaken die nu als feit in de brief staan zijn eerder door ambtenaren anders gecommuniceerd of gewoon feitelijk onjuist.”
Verzoeker koopt medio 2011 een stuk grond van de gemeente. De grond grenst aan een stukje restgroen. Dat (rechthoekige) stuk restgroen grenst ook (aan twee zijden) aan de zijkant van de tuin van een wethouder. De laatste zijde van het restgroen grenst aan een muur. Die muur, in 2006 door de gemeente gebouwd, loopt door langs de achterzijde van de tuin van de wethouder. De muur scheidt de tuin van de wethouder en het restgroen af van een groot stuk gemeentegrond dat vanaf 2006 in ontwikkeling is.
De wethouder heeft de woning in 2008 gekocht van de vorige bewoonster. Hij was toen nog geen wethouder. De gemeente stelt dat ze zowel met de vorige bewoonster als de wethouder gesprekken heeft gevoerd over aankoop van het restgroen. Eind 2011 wordt duidelijk dat de wethouder niet wil kopen. Vervolgens verhuurt het college vanaf januari 2012 het restgroen aan hem. Het college stelt dat het tot verhuur is overgegaan omdat de wethouder niet wilde kopen en omdat er sprake was van een gebruikssituatie, hetgeen zou blijken uit de doorgetrokken muur.
Verzoeker klaagt erover dat het college niet in overeenstemming heeft gehandeld met zijn beleid ten aanzien van snippergroen door de grond aan de wethouder te verhuren.
Volgens dat beleid is bij uitgifte verkoop het uitgangspunt (aan eigenaren van aangrenzende percelen) tenzij dat vanuit gemeentelijke optie niet mogelijk en/of wenselijk is.
De ombudsman vindt dat het college onvoldoende transparant heeft gehandeld door in dit geval zonder meer tot verhuur over te gaan aan de wethouder zonder de andere potentiële koper (verzoeker) te benaderen. Het is gelet op de feitelijke situatie weliswaar begrijpelijk dat het college zich bij uitgifte van het restgroen vanaf 2007 in eerste instantie tot de vorige bewoonster en later de wethouder richtte. Door over te gaan tot verhuur nadat de wethouder had aangegeven niet te willen kopen, is het college echter voorbijgegaan aan het feit dat er een nieuwe situatie was ontstaan doordat verzoeker inmiddels ook eigenaar van een aangrenzend perceel was. Het college had toen open kaart moeten spelen en de wethouder er op moeten wijzen dat het beleid in dat geval meebracht dat het restgroen eerst aan een potentiële koper te koop moest worden aangeboden. Zou de wethouder desondanks niet willen kopen, dan had het college verzoeker moeten benaderen om te kijken of hij wilde kopen.
Wat betreft het gestelde gebruik merkt de ombudsman nog op dat de gemeente zelf heeft besloten de muur door te trekken en dat het gelet op de feitelijke situatie heel onwaarschijnlijk lijkt dat het restgroen ook daadwerkelijk werd gebruikt.
De klacht is gegrond wegens strijd met het vereiste van transparantie.
Facebook
Twitter
LinkedIn